Planosfeer

Schaduwcollege #Breda2030

We hebben nu een goede gelegenheid om met zijn allen een strategie uit te stippelen richting een aangenaam en aantrekkelijk toekomstperpectief.

 

Het debat van 30/11 in Electron, was een sympathiek begin van een kansrijk traject.
De stellingen van Planosfeer waren er te veel om te behandelen en ze misten nadere uitleg en verbeelding. Download de presentatie via de rode knop links.

Onderstaand de stellingen met wat uitgebreidere fundering:


1 DE STRUCTUURVISIE MOET VOORAL ZELF EEN HEEL ANDERE STRUCTUUR KRIJGEN
We ontwikkelen weinig hele plannen meer in één keer. Van een aanbodgedreven ruimtelijke ordening, gaan we naar vraaggedreven ruimtelijke ontwikkeling. Dat betekent nogal wat voor de eisen aan het instrumentarium:

- het programma moet niet langer van tevoren worden vastgelegd, laat staan dat er standaarddifferentiatie moet worden toegepast (in uitwerkingsdocumenten).

- we moeten véél beter kijken naar (autonome) ontwikkelingen die van invloed (kunnen) zijn op leef- en denkpatronen van mensen. Wat betekent e.e.a. voor woon-werkverhoudingen, voor mobiliteitseisen, etc.
In een Structuurvisie moet voldoende rek en veerkracht zitten: dat kan alleen als we zo scherp mogelijk anticiperen op veranderingen en trends.

De structuurvisie moet bestaan uit:

1. Een breedgedragen schaal- en sectoroverstijgend langetermijnperspectief: waar wil je naartoe, wat betekent dit voor de verschillende wijken en buurten?

2. Een ontwikkelstrategie: om een voedingsbodem te leggen voor de juiste ontwikkelingen. Niet alles zelf willen doen en in de hand willen houden, maar zorgen dat de gewenste ontwikkelingen van onderaf kunnen ontstaan door te inspireren, enthousiasmeren en faciliteren. Sorteer voor op glorende kansen en aanstaande keuzes.

3. Vliegwielen ontwikkelen die het goede voorbeeld geven: start nu een aantal projecten om de gekozen koers in te zetten.
Gebruik de structuurvisie juist om te inspireren en enthousiasmeren, niet te veel om in te kaderen en reguleren.

Maak de structuurvisie samen met partners (bijvoorbeeld de corporaties), deel gezamenlijke ambities, kennis en kunde. Bind partijen zo al voorafgaand aan de operationalisering van visie en strategie.
 

Inhoudelijke opgaven:

Stelling 2. MAAK VAN (GROEI)CIJFERS EN PROGRAMMATISCHE AANTALLEN EN/OF DIFFERENTIATIE, NIET LANGER EEN DOEL OP ZICH.
Zorg dat je ontwikkelstrategie de actuele en aankomende vraag steeds kan bedienen en waardevolle nieuwe inzichten en/of methoden kunt omarmen.

Stelling 3. AANDACHT VOOR IDENTITEIT EN BEHOEFTEN OP WIJK- EN BUURTNIVEAU: UITZOOMEN OM OP ALLE ANDERE SCHAALNIVEAUS TE POSITIONEREN EN PROGRAMMATISCHE KANSEN TE ONTDEKKEN.
Elke plek en/of ontwikkeling kan en moet bijdragen aan gemeentebreed perspectief, ook braakliggende terreinen.

Stelling 4. BESTEED SOWIESO VEEL ZORG EN AANDACHT AAN POSITIONERING: AFWEGEN VAN KANSEN EN MOGELIJKHEDEN VOOR ELKE PLEK OP ALLE SCHAALNIVEAUS.
Zorg dat je wijken en buurten niet onderling concurreren, geef ze elk afzonderlijke troeven en bestaansrecht, maar ook als gemeente moet je niet in de regio willen concurreren en als regio niet in NL of Europa. Baseer je op unieke mogelijkheden en krachten en bouw daarop voort, concurreren is dan niet nodig: eerder specialiseren!

5. BREDA HEEFT VOLDOENDE FYSIEKE EN PROFESSIONELE RUIMTE OM EEN INNOVATIECENTRUM TE (KUNNEN) WORDEN IN DE STEDELIJKE ONTWIKKELING: LAAT ZIEN DAT ONTWIKKELEN IN BREDA WEL KAN.
Werp niet te veel obstakels op voor realisatie van eigen initiatieven en werk met diegenen mee die proberen wél iets voor elkaar te krijgen in plaats van mee redeneren met vastgoedbeleggers en ontwikkelaars. Help zo nodig onteigenen!

Laat Breda en de regio zich hier ook op profileren: innovatieve stedelijke ontwikkeling, organische en vraaggeïnspireerde stad- en wijkvernieuwing, NHTV, vele enthousiaste professionals: kansen genoeg om op door te ontwikkelen en eventueel te branden (niet out of the box denken, maar out of the box stappen)

Durf dan wel keuzes te maken én te experimenteren: bijvoorbeeld nieuwe werkstijlen i.r.t. huisvesting en mobiliteit. Dit soort ontwikkelingen kun je als overheid volgen of aanjagen / doen ontstaan.

In het verlengde van innovatie: kun je denken aan nieuw / onderscheidend woningaanbod, maar ook kansen voor nieuwe concepten voor mkb of ander ondernemerschap. Zoek naar kansrijke combinaties en geef die een plek: bijvoorbeeld in plaats van een stadsboerderij, een slimme combinatie van glastuinbouw / energie en warmte / wonen(warmte) / recreatie (zwemmen & schaatsen én horeca) / architectuur (fraai ontwerp / visitekaartje): nu ben je nog hip en kun je furore maken!